brievencontactdaltondownloadshuiswerknieuwsbrief

 
 

NijntjeProceonrondleidingschoolgidsschoolkrantthuispaginawerkstukken

 
 

 

 
 

Werkstuk over Anne Frank

Gemaakt door Anouk Vlaanderen

De familie Frank Adolf Hitler wordt de baas Vluchten naar een ander land Nederland bezet, de vervolging begint Lieve Kitty Het dagboek blijft achter

De familie Frank

Op 12 Juni 1929 wordt Anne Frank geboren in de Duitse stad Frankfurt am Main.

Ze is de tweede dochter van Otto Frank en Edith Frank-Holländer. Haar zusje heet Margot en is drie jaar ouder. Alice Frank- Stern is de moeder van Otto. Otto’s vader was eigenaar en directeur van een bankbedrijf. Het was de bedoeling dat Otto zijn vader zou opvolgen. Maar door de tweede wereldoorlog van 1914-1918 liep alles anders. Otto werkte in het Duitse leger en vocht in Frankrijk. Hij bracht het tot de rang van luitenant. Het familiebedrijf leed grote verliezen. Daarom ging Otto Frank in 1923 naar Amsterdam om een filiaal van de bank M.Frank en zonen op te richten. Dit werd geen succes. Terug in Frankfurt trouwde Otto op 12 Mei 1925 met Edith Holländer. Otto was toen 36 jaar en Edith 25. Ze gaan op huwlijksreis naar Italië. Als Margot wordt geboren werkt Otto weer in Frankfurt. Samen met zijn broer Herbert probeert hij het familiebedrijf in stand te houden. De familie Frank is liberaal Joods. Dat wil zeggen dat ze zich verbonden voelen met de tradities van de Joodse godsdienst. Anne speelt vaak met haar zusje en met de buurkinderen. De kinderen in de buurt hebben niet allemaal dezelfde achtergrond.

Sommigen zijn Katholiek anderen zijn Protestants of Joods.

Natuurlijk zijn ze benieuwd naar elkaars feesten. Margot wordt uitgenodigd op het communiefeest van één van haar vriendinnetjes.

Het communiefeest is het feest waarbij een kind in de katholieke kerk wordt ingewijd in het geloof. En als de familie Frank chanoeka viert [een joods winterfeest dat acht dagen duurt] mogen de buurkinderen soms meedoen.

 

Adolf Hitler wordt de baas

In 1929 het jaar waarin Anne Frank word geboren gaat het slecht in Duitsland. Er is veel armoede en werkloosheid. De meeste Duitsers zijn erg ontevreden. Bij de Duitse partij NSDAP [nationale socialistische Duitse arbeiders partij] komen steeds meer mensen. De baas van deze partij is Adolf Hitler. Hitler zegt dat Duitsers geweldige mensen zijn volgens hem zijn Duitsers de sterkste en slimste mensen van de wereld. Hitler vindt dat Duitsers de baas moeten zijn over andere landen. Hitler vindt ook dat mensen uit andere landen slaven van hen moeten zijn. Hij schreeuwt dat Joden slecht gemeen en oneerlijk zijn. Door hen komt werkloosheid en armoede denkt Hitler. Hij doet dus aan Jodenhaat een moeilijk woord hiervoor is antisemitisme. De mensen in Duitsland vinden het ook wel gemakkelijk om Joden de schuld te geven. Iedereen die Hitler tegenspreekt word in de gevangenis gegooid of word in elkaar geslagen. Er stemmen zoveel mensen op Hitler dat de NSDAP de grootste partij word. Hitler wordt in 1933 de leider van de regering. De gevangenissen zijn al gauw vol. Er komen concentratiekampen. Voor joden wordt het leven steeds moeilijker. De joden in Duitsland zijn bang voor de toekomst.

Vluchten naar een ander land.

Nu Hitler de baas is geworden. Worden door hem steeds meer maatregelen genomen tegen joden. Stapje voor stapje wordt hun werk, geld en vrijheid ontnomen. De familie Frank is van plan om naar Nederland te verhuizen. Otto Frank heeft een aanbod gekregen om in Amsterdam een nieuw bedrijf te beginnen. Het bedrijf heet Opekta werke en verkoopt pectine. Pectine is een vruchtenpoeder dat je nodig hebt als je zelf jam wilt maken.

Veel mensen doen dat omdat het veel goedkoper is en lekkerder is dan jam uit de winkel. In de herfst vindt Otto voor zijn gezin een geschikte woning in Amsterdam. De tweede etage van het huis aan het Merwedeplein.Het is in een nieuwbouwbuurt. Edith en Margot gaan in December naar Amsterdam. Anne blijft nog een tijdje bij haar oma logeren tot het huis helemaal is ingericht.

Ze komt in Februari als een soort verjaardagscadeau voor haar zus Margot. In dit huis blijven ze wonen tot ze later moeten onderduiken. In de buurt wonen nog meer joden die uit Duitsland gevlucht zijn. In 1934 gaat Anne voor het eerst naar de kleuterklas van de Montessorischool. Een van de leuke dingen is dat Amsterdam vlakbij het strand ligt. Regelmatig bezoekt de familie Frank op vrije dagen en in vakanties Zandvoort aan zee. Spelen op straat is niet gevaarlijk want er rijden heel weinig auto’s. Twee vriendinnen van Anna heten Eva Goldberg en Sanne Lederman. Anne gaat ook wel eens op bezoek bij het bedrijf van haar vader. Daar werkt ook Miep Santrouschitz. Met Miep praat ze vaak over films en filmsterren. Ook houdt ze van lachen Griekse Mythologie schrijven katten honden en jongens. Ze heeft veel vrienden en vriendinnen. Ze gaat graag naar feestjes en de ijswinkel Oase. Later tijdens de onderduikperiode zou Miep een van de belangrijkste helpers worden. In 1938 komt er een tweede bedrijf bij het heet Pectacon b.v. Deze firma handelt in vleeskruiden. Een product voor alle seizoenen. Elke dag fietst Anne naar school waar ze veel kletst. En daarvoor krijgt ze regelmatig strafwerk! Oma Hollander komt in 1939 bij de familie Frank wonen. Het is een wonder dat Oma in Nederland wordt toegelaten. Want vele Joodse vluchtelingen worden bij de grens teruggestuurd. Oma is ziek en ligt vaak op bed. In Januari 1942 zal zij doodgaan.

 

Nederland bezet, de vervolging begint.

Terwijl de familie Frank in Nederland een tamelijk onbezorgd leven lijdt. Gaan Hitler en zijn mensen door met het uitvoeren van hun plannen. Vanaf 1933 bereidt Hitler een oorlog voor. De nazi’s bezetten in 1938 Oostenrijk en Tsjecho-Slowakije. Als de Duitsers in 1939 Polen binnen vallen verklaren Engeland en Frankrijk aan Duitsland de oorlog. Op 10 mei 1940 vallen de Duitsers Nederland binnen. De koninklijke familie en de Nederlandse regering vluchten naar Engeland. 4 dagen later op 14 Mei bombarderen de Duitsers Rotterdam er vallen daarbij erg veel doden. Als de nazi’s dreigen ook andere steden te bombarderen geeft Nederland zich over. In het eerste oorlogsjaar merkt men nog niet zoveel van de bezetting. Iedereen ook Anne en Margot gaan gewoon naar school en maken plezier met hun vriendjes en vriendinnetjes. Grote mensen gaan gewoon naar hun werk. De Duitsers willen weten wie er joods is.

Daarom moet elke Nederlander zich eind 1940 laten opschrijven en opgeven of hij nu joods is of niet. Wie dit niet doet riskeert een zware straf. In November 1940 worden alle joodse ambtenaren ontslagen. Het jaar daarop krijgen alle Nederlanders een persoonsbewijs. Dit is een soort paspoort. Bij joden komt er een stempel in met een j der op. Daarna komen er net als in Duitsland allerlei wetten die dingen voor joden verbieden. Vanaf Mei 1942 moeten alle joden vanaf 6 jaar en ouder een gele Davidster dragen. Veel niet-joodse Nederlanders gaan niet meer met joden om. En dat is precies wat de Duitsers willen.

Joden moeten helemaal alleen komen te staan. Waarom doen de Duitsers dit? Dat is een goed bewaard geheim. 1941 is het laatste jaar van Anne op de basisschool. Na de zomervakantie van 1941 krijgen joodse kinderen te horen dat ze niet meer zelf mogen kiezen naar welke school ze gaan. Joden moeten voortaan naar een joodse school met alleen joodse meesters en juffen. Anne en Margot gaan naar het joodse lyceum. Ook mogen joden geen fiets meer hebben ze mogen niet in de tram en geen auto rijden. Ze mogen alleen van 15.00 uur tot 17.00 uur boodschappen doen. En vanaf 20.00 uur ’s avonds tot 6.00 uur ’s ochtends niet op straat. In de loop van Mei 1941 werd Otto Frank duidelijk dat hij zijn bedrijf niet langer in eigen hand kon houden. De Duitsers zouden vast gaan verbieden dat joden een eigen zaak hebben. In Duitsland was dit ook al zo. Hij deed zijn zaak over aan Kugler Kleimann. Op zo Januari 1942 ondernam Otto nog een poging om met z’n gezin uit Nederland weg te komen. Hij deed een verzoek tot emigratie in. De persoonsnamen van de familie werd veranderd. Otto heette Israël. En Edith en haar dochters Sara. Dit waren voor joden de enige toegestane officiële eigennamen. Zo werd geprobeerd de eigen identiteiten te ontnemen. Tot de emigratie is het niet meer gekomen

 

Lieve Kitty.

Op haar dertiende verjaardag, op 12 Juni 1942 krijgt Anne haar dagboek ze noemt het Kitty. Twee dagen later begint ze er in te schrijven. Ze schrijft over haar familie, haar vriendinnen en haar school. Anne geniet van het leven en denkt liever niet aan de oorlog. Dat blijkt op maandag 29 Juni. Die avond was Otto heel boos op Anne omdat zij na acht uur pas thuis kwam. Het is voor joden gevaarlijk om na achten nog buiten te zijn. In diezelfde week begin Juli heeft haar vader een ernstig gesprek met haar;’’toen we een paar dagen geleden samen om ons pleintje liepen, begon Otto over schuilen te praten. Hij had het erover dat het erg moeilijk voor ons zal zijn om helemaal afgescheiden van de wereld te leven. Ik vroeg waarom hij daar nu al over sprak. Ja Anne; zij hij daarop je weet dat we al meer dan een jaar kleren,levensmiddelen en meubelen naar andere mensen brengen. Wij willen onze goederen niet in handen van de Duitsers laten vallen, maar nog veel minder willen wij zelf gepakt worden.

Wij zullen daarom uit onszelf weggaan en niet wachten tot we gehaald worden. Maar vader, wanneer dan? Ik werd angstig door de ernst waarmee vader dit zo zei. Maak je daar maar niet ongerust over, dat regelen wij wel, geniet maar van je onbezorgde leventje, zolang je ervan genieten kunt. ( 5 Juli 1942)

Anne hoopt dat alles wat haar vader zegt nooit zal gebeuren. Diezelfde dag ging het al mis. De bel gaat maar Anne hoort het niet want ze ligt lui in een stoel. Er is een oproep voor haar vader gekomen hij gaat natuurlijk niet.

Moeder is naar van Daan om te vragen of we naar onze schuilplaats kunnen vertrekken. Anne geeft in haar dagboek mensen een schuilnaam van Daan is ook een schuilnaam. Later blijkt dat niet Otto de oproep heeft gekregen maar Margot. Maar Margot gaat niet want ze gaan onderduiken. Anne neemt haar schooltas en begint in te pakken. Ze stopt de raarste dingen in haar tas eerst haar dagboek, schoolboeken en zakdoeken. Later schrijft ze op ik stopte de gekste onzin in mijn tas ik heb er geen spijt van ik geef niet om mijn jurken. Aan het eind van de middag komt Miep Gies. Zij is al enkele weken geleden ingelicht over de onderduikplannen Otto weet dat hij Miep kan vertrouwen. Ze neemt kleding mee.’s Avonds komt ze nog eens terug en neemt ook dan weer spullen mee. Anne schrijft’’ hoewel ik wist dat dit de laatste nacht in m’n bed zou zijn sliep ik direct.

Op 6 Juli 1942 ’s morgens in alle vroegte verlaat de familie Frank het huis waar ze acht jaar hebben gewoond. De meeste spullen moeten ze achterlaten ook de poes Moortje Anne schrijft niemand weet hoeveel ik nog van haar hou en aan haar denk. Als ik aan haar denk krijg ik er tranen van in mijn ogen. Het huis laten ze in wanorde achter( ontbijtboel op tafel bedden afgehaald) het wekt de indruk dat ze hals over kop zijn vertrokken. ‘’ We willen weg en veilig aan komen anders niets’’( 8 Juli 1942) In haar dagboek beschrijft Anne hoe het verder gaat. Ze verlaten hun huis en lopen door de stromende regen, vader, moeder en Anne, elk met een school en boodschappen tas volgepropt alles door elkaar. Omdat joden niet met openbaar vervoer mogen reizen moeten ze lopen. Pas als ze op straat zijn, vertellen vader en moeder het hele onderduikplan. Maandenlang hebben ze allerlei spullen overgebracht naar het onderduikadres. Al eerder was besloten om op 16 Juli te gaan onderduiken. Maar door de oproep voor Margot is het hele onderduikplan tien dagen vervroegd. Anne’s vader vertelt dat de schuilplaats in zijn kantoorgebouw is. Alleen Victor Kulger , Johannes Kleiman, Miep Gies en Beb Voskuil zijn op de hoogte van de komst van de onderduikers. De vader van Beb meneer Voskuil hoort het pas enkele weken later. Op de Prinsengracht aangekomen neemt Miep de familie Frank gauw mee naar boven het Achterhuis in. Miep sluit de deur achter hen en dan zijn ze alleen. Margot stat al op hen te wachten. Anne kijkt om zich heen. Overal staan dozen en er liggen stapels beddengoed. Het is zo’n rommel dat het niet te beschrijven is. Ze gaan meteen aan de slag. Tijd om over de veranderingen in haar leven na te denken heeft Anne niet. Pas de volgende dag , woensdag ziet ze kans om uitgebreid in haar dagboek te schrijven. In de loop van de dagen die volgen leert Anne elk plekje van de schuilplaats kennen. De onderduikers zijn heel bang dat ze worden ontdekt. Overdag moeten ze zacht lopen zacht spreken, want de mensen in het magazijn mogen hen niet horen.

Ook moeten ze zorgen dat de buren hen niet horen of zien. Direct de eerste dag hebben we de gordijnen genaaid,eigenlijk mag men niet van gordijnen spreken want het zij n enkel kille losse lappen,totaal verschillend van vorm,kwaliteit en motief,die vader en ik erg onvakkundig scheef aan elkaar naaiden. Met punaises zijn deze pronkstukken voor de ramen bevestigd, om er voor het einde van onze schuiltijd nooit meer af te komen. Het enige contact met de buitenwereld verloopt via Miep Gies,Bep Voskuijl, Victor Kugler en Johannes Kleimann. Zij kopen voedsel, brengen boeken en vertellen wat er in Amsterdam gebeurt.

De wereld is voor Anne heel klein geworden :een paar kamers en een zolderraam waardoor ze naar de lucht en de Westertoren kan kijken. Ze schrijft in haar dagboek: Het benauwt me ook meer dan ik zeggen kan dat we nooit naar buiten mogen en ik ben erg bang dat we ontdekt worden en dan de kogel krijgen. Anne is blij als op 13 juli 42 de familie Pels erbij komt. Ze geeft hen in haar dagboek een andere naam: de familie van Daan. Het gezin bestaat uit meneer en mevrouw van Daan en hun zoon Peter, die vijftien jaar oud is. Peter heeft zijn kat Mouschi meegenomen. Anne is blij dat ze er zijn. Het is gezelliger en ook minder stil, want van de stilte wordt ze een beetje zenuwachtig. De dagen gaan voorbij. Overdag, als het personeel werkt, mogen de onderduikers alleen maar fluisteren en lopen ze zachtjes op hun sokken. Niemand in het Achterhuis mag de kraan of het toilet gebruiken tussen negen uur ’s ochtends en zeven uur ’s avonds.Wat doet Anne allemaal tijdens die lange uren overdag? Ze studeert veel in de grote stapel schoolboeken die meegenomen is. Ook Margot en Peter besteden dagelijks veel tijd aan schoolvakken Ze willen alledrie niet achter komen op school. Vader Frank helpt en overhoort hen. Anne leest veel boeken die Miep meebrengt en ze leert stenografie.De onderduikers zitten de hele dag op elkaars lip. Ze zien en horen alles van elkaar Ze zij ook bang dat ze ontdekt worden. Daarom is iedereen voortdurend erg gespannen. Het is dan ook geen wonder dat ze regelmatig kibbelen en ruzie maken. Anne is soms opstandig en verdrietig. Ze is alles kwijt: haar vrienden,haar vrijheiden haar school. S Nachts huilt ze vaak. Anne bemoeit zich met alles en iedereen. De van Daans vinden haar een brutaal en slecht opgevoed kind. Anne voelt zich erg alleen en onbegrepen. Haar dagboek is nu echt een goede vriendin van haar geworden. Op dinsdag 10 November 1942 hoort Anne dat er een achtste onderduiker bijkomt. Ze kiezen iemand die ze kennen en van wie ze denken dat hij goed bij hen zal passen: Fritz Pfeffer. Anne noemt hem in haar dagboek Albert Dussel. Hij is stomverbaasd de familie Frank aan te treffen hij dagt dat ze naar het buitenland waren gevlucht. Anne vindt hem aardig. Ze luisterd naar de verhalen die Albert Dussel vertelt over de buitenwereld. Iedereen wordt er somber van. Talloze vrienden en kennissen zijn op weg naar een vreselijk doel. Avond aan avond tuffen de groene of grijze militaire auto’s langs. Ze bellen aan de deur om te vragen of er ook joden wonen. Zo ja, moet de hele familie mee zo niet, gaan ze weer verder. Niemand kan zich aan zijn lot onttrekken als hij niet gaat schuilen. Niemand wordt ontzien, ouden van dagen kinderen, baby’s zwangere vrouwen alles gaat mee in de tocht naar de dood. Anne bedenkt hoe goed ze het heeft in het Achterhuis.

Ze denkt het liefst aan haar vriendinnen, die nu, ergens buiten en ver weg, overgeleverd zijn aan de wreedste beulen die er bestaan. En ze verzucht: En dat alles omdat ze joden zijn.( 19 November 1942)

Het jaar 1943 breekt aan . Elke nacht horen de onderduikers honderden geallieerde vliegtuigen overkomen. Die vliegtuigen zijn op weg om Duitse steden te bombarderen. Dat geeft hen hoop De tegenstanders van de Duitsers worden sterker. Elke avond luisteren de onderduikers gespannen naar de Engelse radio om nieuws te horen over de oorlog. Ik heb mijn angst voor alles wat schieten of vliegers is nog niet afgeleerd en lig haast nog elke nacht bij vader in bed om daar troost te zoeken.

Dat kan nu wel erg kinderachtig zijn, maar je moet het eens meemaken! Je kunt je eigen woorden niet meer verstaan zo bulderen de kanonnen.(10 maart 1943) Het voedsel dat ze eten is slecht.Miep en Bep doen de dagelijkse inkopen. Soms slagen ze er in om een flinke voorraad blikken of bonen te bemachtigen. Als mensen iets willen kopen, moeten ze behalve geld ook een bon inleveren. Zo wordt alles zo eerlijk mogelijk verdeeld. Onderduikers wonen officieel nergens meer daarom krijgen hen ook geen distributiebonnen meer. Anne heeft veel bewondering voor de Nederlanders die onderduikers helpen. Want het is moeilijk en gevaarlijk werk. Nooit hebben wij een woord gehoord dat op de last duidt, die wij toch zeker zijn, nooit klaagt er een van hen dat wij hun te veel moeite maken. Als ik zo wel eens bedenk hoe we hier leven,kom ik meestal tot de conclusie dat we het in verhouding tot de andere joden die niet schuilen, als in een paradijs hebben(2 mei 1943)

Op vrijdagochtend 16 juli 1943 ontdekken de onderduikers tot hun schrik dat er een inbreker is geweest . De deuren zijn met een breekijzer geforceerd , Er zijn twee geldkistjes verdwenen en distributiebonnen waarop 150 kilo suiker te krijgen is. Zullen ze iets van onderduikers hebben gemerkt en zullen ze nu worden verraden? Maar gelukkig , de dagen gaan voorbij en er gebeurt niets.Op 8 september krijgt iedereen weer nieuwe hoop op een goede afloop. Op de radio horen ze dat Italie, de bondgenoot van Duitsland, zich heeft overgegeven aan de geallieerden. Zal de oorlog toch nog in 1943 aflopen? Maar er gebeurt nog niets….

Het wordt 1944. Anne is nu ruim veertieneneenhalf jaar oud. Ze merkt dat ze verandert. Ze is niet langer een luidruchtig schoolmeisje,langzamerhand wordt ze volwassen en…ze wordt verliefd! Anne wordt verliefd op Peter. Met hem wil ze praten over alles war haar bezighoudt. Maar Peter is verlegen en ontloopt haar Anne zocht naar een gelegenheid om ongemerkt in het kamertje te blijven en hem aan de klets te houden ,en die gelegenheid deed zich gisteren voor. Hij heef namelijk plotseling een manie voor kruiswoordpuzzels gekregen en al gauw zaten we tegenover elkaar aan zijn tafeltje. In de weken die volgen raken Peter en Anne steeds meer vertrouwd met elkaar. 15 april 1944 is een belangrijke dag voor Anne Ze krijgt haar eerste zoen. Haar ouders zijn er niet zo blij mee en willen dat Anne niet meer zo vaak naar Peters kamer gaat. Maar Anne trekt zich er niets van aan en gaat toch….. Op 6 juni 1944 komt op de radio het bericht van de invasie in Frankrijk. Anne juicht! Op 12 juni viert Anne haar vijftiende verjaardag. Al twee jaar zitten ze in het Achterhuis en de bevrijders lijken nog ver weg. Dinsdag 1 augustus schrijft Anne voor het laatst in haar dagboek. Anne vindt het jammer dat de anderen in het Achterhuis eigelijk maar een kant van haar kennen. Daarop krijgt ze veel commentaar en kritiek en daarom nemen ze haar niet serieus. Maar de mooie kant van Anne kent niemand….

 

Het dagboek blijft achter

Op 4 augustus ’s morgens tussen tien uur en half elf, valt de Duitse politie het Achterhuis binnen. De onderduikers zijn verraden…. Er komen vijf mannen plotseling het kantoorgebouw binnen. Een van hen is in een uniform van de Duitse politie. De mannen trekken hun revolver en vragen om geld en sieraden. De Duitse agent pakt een aktentas en schud die leeg op de grond. Het zijn de dagboek papieren van Anne. Het geld en de sieraden stopt hij in de tas. De acht onderduikers mogen nog wat kleren inpakken en worden in een geslote vrachtwagen naar het bureau van de Duitse politie gebracht. Ook Kugler en Kleiman worden gearresteerd en later in een kamp opgesloten. Ze zullen het beide overleven. Het wordt stil op de Prinsengracht. Miep en Bep zijn niet meegenomen. Aan het eind van de middag gaan ze samen het Achterhuis binnen daar is het een grote chaos. Op de grond zien ze de dagboek papieren van Anne die nemen ze mee samen met andere papieren en boeken.

Ook de fotoboeken van de familie Frank zijn erbij. Een week later wordt het Achterhuis leeggehaald door de Duitsers. Wie de onderduikers verraden heeft blijft een raadsel. De onderduikers worden op 8 augustus naar kamp Westerbork gebracht. De hele maand augustus blijven ze daar in een strafbarak. Ze zijn strafgevangenen omdat ze zich zelf niet gemeld hadden maar als onderduikers zijn opgepakt. Op 3 september 1944 gaan de onderduikers samen met ruim duizend anderen met het laatste treintransport naar het concentratiekamp Auschwitz in Polen. Na drie dagen komen ze op het perron aan. Hier vindt een selectie plaats. Mensen die sterk genoeg zijn om te werken voor de Duitsers mogen(nog even) blijven. De overigen, waaronder kinderen onder de vijftien jaar gaan meestal direct naar de gaskamer. Anne ontkomt hier aan omdat ze net vijftien jaar is geworden. Mannen en vrouwen worden gescheiden. De vrouwen gaan naar het kamp in Birkenau. De mannen gaan naar het mannenkamp. De omstandigheden zijn vreselijk. Ze krijgen bijna niets te eten. Dagelijks sterven grote aantallen mensen door ondervoeding en ziekte. Medicijnen zijn er niet. Elke dag worden er weer nieuwe groepen gevangenen vergast. Elke dag worden er mensen zonder aanleiding door de bewakers doodgeslagen. Niemand is zijn leven zeker. Elke dag kan de laatste zijn. De heer van Daan wordt na een paar weken vergast. Albert Dussel komt in een ander concentratiekamp en sterft daar op 20 december 1944. De Duitsers weten dat ze de oorlog hebben verloren. Ze willen de sporen van hun misdaden zoveel mogelijk uitwissen. Veel kampen worden ontruimd en afgebroken. Soms schieten ze gevangen dood en begraven ze hen in massagraven. Veel gevangen worden overgebracht naar andere concentratiekampen die ver weg liggen van het front.Eind oktober moeten Margot en Anne hun moeder achterlaten Met kale hoofden en een nummer in hunarm getatoeerd gaan zij naar het concentratiekamp Belsen-Belsen. Hun moeder leeft nog twee maanden en dan sterft zij.Ook Peter en zijn moeder sterven in hun kamp.Anne en Margot proberen te overleven.Met een groot aantal vrouwenslapen ze in propvolle barakken. Er heersen besmettelijke ziekten. Anne en Margot krijgen tyfus. In maart 1945 sterft Margot. Enkele dagen erna sterft ook Anne. Een paar weken later wordt het kamp door de Engelsen bevrijd.Otto Frank is de enige onderduiker die de oorlog overleeft. Hij gaat direct naar Miep en Jan Gies . Hij blijft daar ook wonen.

Hij weet dat zijn vrouw is verleden maar hoopt dat zijn dochters het hebben overleefd. Na twee maanden hoort hij het slechte nieuws .Omdat het nu zeker is dat Anne dood is, haalt Miep de dagboeken te voorschijnen geeft ze aan Otto. Hij gat ze lezen en is ontroerd en verbaasd. Hij heeft nooit geweten dat Anne zo goed en nauwkeurig alles heeft vastgelegd wat er in het Achterhuis gebeurde. Grote stukken typt hij uit en stuurt dat op naar zijn moeder in Zwitserland. Ook andere mensen laat hij het lezen. Op aandringen van die mensen wordt er een uitgever gezocht. Dit lukt pas in april 1946. In de zomer van 1947 komt het dagboek van Anne Frank uit in een oplage van 1500 exemplaren.

Hiermee heeft Otto Anne’s wens eenmaal een schrijfster te worden in vervulling doen gaan. Het dagboek is wereldberoemd geworden . Het is in vijfenvijftig talen uitgebracht. Er zijn ruim 20 miljoen exemplaren verkocht en er zijn toneelstukken en films overgemaakt. In de hele wereld zijn er straten en scholen naar Anne Frank genoemd. Voor veel mensen is Anne Frank het symbool geworden van de zes miljoen joden die in de Tweede Wereldoorlog door de nazi s zijn vermoord.