|
|
||
De apotheekdoor Julia Bet
VoorwoordIk maak dit werkstuk over de Apotheek. Omdat niet zoveel mensen weten hoe de Apotheek eigenlijk werkt, en denken dat je er alleen medicijnen kunt kopen. Maar er zit nog veel meer achter. Dit allemaal lees je in dit werkstuk. Bronvermelding: - apotheek Nederhorst den Berg - mijn moeder, de apotheker - apothekersassistentes - en informatieboekjes In de apotheek In de apotheek is er een ruimte waar mensen kunnen wachten (wachtruimte). In de wachtruimte staan stoelen en er is een informatie hoek. In de informatie hoek staan informatiefolders over ziektes, roken en geneesmiddelen die je kunt gebruiken bij een ziekte. Deze wachtruimte wordt gescheiden door een balie (toonbank.) Op de balie staat een kassa, een computer, verder staan er ook displays op de balie. Een display is een toonbankrekje waar geneesmiddelen op staan, om te verkopen. Achter de balie staan kasten met handverkoop artikelen (handverkoop artikelen hoeven niet op recept) en de ruimte waar de apotheek medewerkers (apotheker en apothekersassistenten) geneesmiddelen klaar maken. Onder de handverkoop kasten zijn een soort kleine magazijnen, waar je ook geneesmiddelen kan bewaren. In de ruimte waar de apotheek medewerkers geneesmiddelen klaar maken, staat het volgende:
2. Ladekasten: in deze ladekasten liggen geneesmiddelen op alfabetische volgorde. Sommige laden moeten op slot, omdat daar geneesmiddelen liggen die verslavend werken, zoals morfine en slaapmiddelen. Morfine is een geneesmiddel dat pijn wegneemt (pijnstiller). 3. Koelkast: een kast waar in geneesmiddelen liggen die koel moeten blijven. 4. Afleverkast: als het geneesmiddel klaar is, zit het etiket erop en het recept ligt erbij. Daarna leggen we het in deze kast, en dan kan je het op halen. 5. Uitpaktafel: op de uitpaktafel wordt de bestelling uit gepakt. En nagekeken of alle geneesmiddelen erbij zitten. En worden weggelegd in de ladekasten, de koelkast, bij de handverkoop artikelen of in het magazijn. De kant en klare geneesmiddelen worden door een geneesmiddelbedrijf bezorgd. Bij Apotheek Nederhorst den Berg heet dat bedrijf Brocacef. Om acht uur s`ochtends en om vier uur s`middags worden de bestellingen gebracht. Op de uitpaktafel staat een kopieer machine. Een weegschaal, waar we zalf op wegen en een tel apparaat dat tabletten telt. Een afwasbak en onder de afwasbak zit een kastje waar benodigdheden in zitten om een zalfje of drankje te maken. En boven de afwasbak staan plankjes met flessen erop, waar poeder in zit om een drankje te maken. 6. Magazijn: in het magazijn worden voorraadgeneesmiddelen, verpakkingsmiddelen zoals tubes, tablettendoosjes, tablettenpotjes, flessen met dop, druppelpipetten, (voor neusdruppels en oordruppels) opgeborgen. Al deze verpakkingsmiddelen zijn in verschillende maten verkrijgbaar. 7. Kantoor: in de apotheek wordt ook administratie gedaan. Dit wordt in het kantoor gedaan. Administratie houdt in ziekenfonds gegevens en andere gegevens van de patiënten bijhouden. In het kantoor bevindt zich ook een telefoon. 8. Lunch –koffiekamer: Daarin staan een paar stoelen, een radio, een computer, een telefoon en boeken waar nog meer informatie in staat. VroegerVroeger werden geneesmiddelen met de hand gemaakt door de apothekers. De ingrediënten stonden op een papiertje. Boven aan het papiertje stond het woord “recipe” en dat betekent “men neme”. In de loop van de tijd is de naam wel een beetje veranderd nu noemen ze het recept. Het receptEen recept is een papiertje dat 14,5 cm lang is en 10 cm breed. De naam van je huisarts, het praktijkadres en telefoonnummer. Er staat ook een R boven aan het recept, dat betekend recept. De datum en de naam van het geneesmiddel, de hoeveelheid en het gebruik van het geneesmiddel. En de handtekening van de huisarts, staat onder het geneesmiddel. Op het eind staat de naam van de patiënt, adres en geboortedatum. Hoe kom je aan een receptAls je ziek bent of je niet lekker voelt, kun je naar de huisarts gaan. De huisarts onderzoekt je en stelt je vragen hoe je voelt. Als de huisarts weet of je echt ziek bent, geeft de huisarts een recept mee. Daarmee ga je naar de apotheek.
Als je het recept hebt, kan je naar de apotheek. Als je daar bent dan wacht je op je beurt en kan je even rond kijken. Als je dan even rond kijkt dan zie je allemaal planken waar op geneesmiddelen staan. Deze geneesmiddelen zijn handverkoop artikelen. Handverkoop artikelen zijn geneesmiddelen waar je geen recept voor nodig hebt. Als je hoofdpijn hebt, kan je bijvoorbeeld paracetamol kopen of aspirines. Als je aan de beurt bent dan geef je het recept aan de apotheekmedewerker die achter de achter de balie staat. De apotheekmedewerker zegt dan wanneer het klaar is je kunt blijven wachten maar ook naar huis gaan. Als je het recept hebt gegeven maken de apotheek-medewerkers het daar klaar. Ze voeren het recept in de computer in. Dan komt er op het werkeiland uit de etikettenprinter een etiket. Ze pakken het goede geneesmiddel uit de ladekast. Ze scannen het etiket en de verpakking. De computer kan dan controleren of ze het goede geneesmiddel hebben. Ze plakken het etiket op de verpakking. Ze vragen om een extra controle door een andere apotheekmedewerker en leggen het geneesmiddel in de afleverkast. Als je het geneesmiddel gaat op halen dan loop je naar de balie en vraagt of je het geneesmiddel kan ophalen. Dan vragen ze je naam. Als je wat vaker bij de apotheek komt dan weten ze je naam wel. Ze loopt naar de afleverkast en pakt je geneesmiddel en brengt ze het naar je toe. Maar je recept houden ze zelf. Nu kan je het thuis gebruiken. Geneesmiddelen in soorten en matenJe hebt verschillende soorten geneesmiddelen hier zijn er een paar: - tabletten - poeders - dragees - zetpillen - zuigtabletten - zalfjes en crèmes - capsules - oogdruppels - drankjes - oordruppels - druppels - neusdruppels - injectie
Hier over zou ik wat vertellen: Tabletten Een tablet is een geneesmiddel geperst in een vorm. Tabletten moet je door slikken, met een slok water. Maar je kunt ze ook in water op lossen. Dan moet je ze uit elkaar laten vallen en dan snel op drinken. Bij sommige tabletten moet dit zelfs. Op de verpakking en op de bijsluiter staat het. Vergeet dat niet te lezen! Dragees Deze tabletten zijn wit of gekleurd. Dat komt om dat er een suikerlaagje op zit. Deze tabletjes lijken op M&M`s. Dat suikerlaagje is tegen de vieze smaak, van het tabletje. Dragees moet je met veel water door slikken. Zuigtabletten Op deze tabletten moet je zuigen niet kauwen of bijten. Je moet ze ook niet in èèn keer door slikken. Capsules Capsules zijn kleine kokertjes van gelatine. Het lijken op plastic kokertjes, maar dat is het niet. In het kokertje zit het geneesmiddel. Het geneesmiddel smaakt heel vies. Een capsule moet je nooit open maken, maar heel door slikken. Drankjes Een drankje is een geneesmiddel in een vloeistof verwerkt. Op de fles staat bijvoorbeeld: 3 keer daags 8 milliliter. Dan pak je het maatbekertje (zit er altijd bij) giet er wat in en kijk of er 8 milliliter in zit. Druppels Kleine kinderen krijgen vaak druppels in plaats van een drankje. En in plaats van 3 keer daags 8 milliliter krijgen ze 3 keer daags 3 druppels. Als je druppels krijgt dan zit dat in een flesje met een pipet erbij. Let op: deze druppels zijn om in te nemen. Oor-, neus- en oog druppels niet. Poeders Poeders zitten altijd in een zakje. Poeders moet je laten op lossen in een glas water, daarna goed roeren en direct op drinken. Zetpillen Zetpillen zien er heel anders uit dan andere pillen. Ze zijn bedoeld om in je bips te stoppen. Een zetpil wordt gemaakt van een soort vet. In dat vet zit een stof van een geneesmiddel. Als de zetpil in je bips zit smelt hij door de warmte van je lichaam. Zalfjes en crèmes Zalf is een vet met een genezende stof erin. Crème is ook een soort zalf maar alleen met water erbij. Zalf of crème zit in tube of pot. Een tube is schoner je knijpt alleen uit de tube wat nodig is. Oogdruppels Het oog is heel gevoelig, dat merk je wel als er een vuiltje in je oog zit. Oogdruppels worden daarom op een speciale manier gemaakt. Want anders zouden er allemaal bacteriën en stofjes in zitten. Oogdruppels zitten ook in een flesje. Met een pipet erbij zodat je met het pipet gemakkelijk een druppel in je oog kan laten vallen. Oogdruppels blijven maar een maand goed. Oordruppels Oordruppels gebruik je als er een prop in je oor zit of bij een oorontsteking. Als je, je hoofd helemaal scheef houd kun je de oordruppels zo in je oor laten druppelen. Neusdruppels Neusdruppels kun je gebruiken bij verkoudheid. Voordat je de neusdruppels kunt gebruiken moet je eerst goed je neus snuiten. Injectie Een prik noem je ook wel injectie. Bij injectie wordt altijd het plekje schoon gemaakt (gedesinfecteerd) met wat alcohol of met jodium. BijsluiterEen bijsluiter is een gebruiksaanwijzing van een geneesmiddel. Gebruiksaanwijzingen zijn belangrijk. Want als je een zetpil in slikt is niet goed. Hier geef ik een paar voorbeelden van een gebruiksaanwijzing: - voor volwassenen: drie tot zes maal per dag vijftien milliliter. Dit betekent: dat je per dag drie tot zes keer vijftien milliliter moet innemen. - tablet uiteen laten vallen in een glas met water. Dit betekent: dat je een glas met water moet pakken. En je tablet erin moet doen. Het water zorgt ervoor dat het tablet uit elkaar valt. En dan moet je het roeren en opdrinken. Als je het nog steeds niet snapt hoe je het geneesmiddel moet gebruiken kan je altijd nog terug naar de apotheek. StickersSoms zit er op de verpakking enkele waarschuwing`s stickers. Deze stickers zijn meestal fel gekleurd om duidelijk te laten zien wat het inhoud. Gezond zijn of ziek zijnZiek zijn dat is niet leuk. Dat weet iedereen. Je kunt last van je keel hebben. Dat is super vervelend je hebt een kriebel in je keel en je hoest heel erg. Dan heb je keelontsteking maar sommige mensen hebben een ziekte dat ze van hun geboorte al hebben of ze krijgen het later. Hier zijn een paar voorbeelden van deze ziektes:
Ik vertel over deze ziektes wat: Kanker Je hebt verschillende soorten kanker je hebt bijvoorbeeld: borstkanker, longkanker, darm-kanker, huidkanker, blaaskanker, hoofd-halskanker, maagkanker. Kanker kan je krijgen door: heel lang hebben gerookt, veel alcohol drinken maar ook door te lang in de zon blijven liggen. Kanker kan je niet over brengen, zoals verkoudheid. Kanker komt vaak bij oudere mensen voor. In Nederland komen er bijna 65.000 te weten dat ze kanker hebben. Sommige soorten van kanker zijn te bestrijden. En sommige mensen worden wel weer beter. Iedereen kan kanker oplopen. Als je toch gezond wil blijven moet je dit zeker doen:
Reuma Reuma is een ziekte die te maken heeft met je gewrichten. Als je reuma hebt, dan kan je de gewrichten niet goed bewegen. Schrijven en sporten gaan dan moeilijk. Je hebt bijna altijd pijn. Je moet dan pijnstillers slikken, zoals ibuprofen. Astma Astma is vervelend. Je kunt niet zo lang sporten en krijgt het snel benauwd. Je moet geneesmiddelen gebruiken die “Diskus” heten. Het poeder uit de “Diskus” moet je inhaleren. Je hebt ook spray daarvoor heb je een voorzet kamer nodig. Een voorzet kamer is een soort fles met een mondstuk en een stuk waar de spray in moet. Je moet eerst het mondstuk in je mond doen en daar na het sprayen in de fles dan inhaleer je de stof. Je hebt verschillende soorten poeder en sprays. Suikerziekte Als je suikerziekte hebt dan heb je geen stof in je lichaam die suiker omzet in energie. Deze stof heet insuline. Suikerziekten patiënten krijgen allemaal een naald mee waarmee ze zich zelf de stof te geven die suiker omzet in energie. Je moet elke dag je zelf een prik geven, want anders wordt je toch heel erg ziek. Je hebt ook teststrips je moet een beetje bloed op een stripje doen. En dan kun je zien of je bloed te weinig insuline heeft of juist te veel. Als je bloed te veel insuline, heeft moet je suiker eten of iets waar suiker inzit. Als je bloed te weinig insuline heeft moet je er wat bij spuiten NawoordIk hoop dat je veel van mijn werkstuk hebt geleerd en vond het zelf heel leuk om er aan te werken. Het was soms moeilijk om het in je eigen woorden uit te leggen, want er zijn veel moeilijke woorden in de apotheek. Ik heb niet de hele apotheek beschreven, maar wel de belangrijkste dingen. Anders werd het zo langdradig.
|
||