brievencontactdaltondownloadshuiswerknieuwsbrief

NijntjeProceonrondleidingschoolgidsschoolkrantthuispaginawerkstukken

     
 

Proefdierenvrij!!

 Inhoudsopsgave:

De verenging A.S.V proefdierenvrij 

Waarom de vereniging A.S.V

De proeven

Alternatieven voor dierproeven

De wet

Dierproeven voor cosmetica

Dierproeven voor medicijnen

Dierproeven in het onderwijs

 

De vereniging AVS Proefdiervrij

De organisatie

De vereniging AVS Proefdiervrij is de grootste organisatie in Nederland die zich inzet voor de belangen van proefdieren. AVS Proefdiervrij is op 1 oktober 1999 ontstaan uit de fusie tussen de Anti-Vivisctie Stichtingen de vereniging Proefdiervrij en telt c.a. 22.500 leden. De leden steunen de organisatie met donaties en doen mee aan de activiteiten van de vereniging. AVS Proefdiervrij wil bereiken dat:

 

Alle proeven op dieren volledig worden afgeschaft

De eerste Nederlandse organisatie tegen dierproeven werd meer dan 100 jaar geleden opgericht; in 1897. AVS Proefdiervrij is ontstaan uit deze eerste organisatie. Met acties en campagnes vragen we aandacht voor proefdieren.

AVS Proefdiervrij is actief op:

- Lokaal niveau De actieve leden van de vereniging AVS Proefdiervrij werken samen in regiogroepen. Zij zijnin hun eigen gemeente aanspraakpunt van AVS Proefdiervrij. Er zijn nu 26 regiogroepen verspreid over het hele land. Deze groepen bestaan uit vrijwilligers die lokale acties organiseren, een informatiestand hebben op markten braderieën en mensen vertellen over dierproeven en de vereniging AVS Proefdiervrij.

-Landelijk niveau AVS Proefdiervrij spreekt regelmatig de overheid aan op haar verantwoordelijkheid als wetgever en grootste opdrachtgever van dierproeven in Nederland. Ook benadert AVS Proefdiervrij via landelijke campagnes het publiek en de industrie.

-Europees niveau Samen met zusterorganisaties in de andere landen van de Europese Unie voert AVS Proefdiervrij campagnes tegen dierproeven in Europa. Nu al bepalen de Europese Commissie en het Europese Parlement de regelgeving die alle landen van de Europese Unie moet gelden. Ook de mensen die het in Europa voor het zeggen hebben moeten weten dat veel mensen tegen dierproeven zijn.

De coördinatie van al deze activiteiten wordt gedaan door het landelijk bureau van AVS Proefdiervrij in Den Haag. Het bureau wordt geleid door twee directeuren en daarnaast werken er nog zeven medewerkers. Ieder heeft zijn eigen specifieke taak om ervoor te zorgen dat de acties en campagnes goed lopen. Ook heeft het bureau een belangrijke taak in de beïnvloeding van het Nederlandse en Europese overheidsbeleid.

 

Waarom de verenigeng A.S.V??

De vereniging AVS Proefdiervrij zet zich in voor de rechten van alle proefdieren. Ongeacht het doel of nut van de dierproef wil de vereniging dat alle dierproeven verboden worden. Dieren zijn, net als wij, levende wezens die angst en pijn voelen. AVS Proefdiervrij vindt het onaanvaardbaar dat dieren moeten lijden voor het welzijn van de mens. Met dierproeven wordt het dier verlaagd tot een gebruiksvoorwerp. Dieren kunnen niet voor zichzelf opkomen. Daarom doet de vereniging AVS Proefdiervrij dat voor hen.

 

De proeven

Mensen gebruiken dieren voor allerlei testen. Meestal omdat deze proeven voor mensen gevaarlijk is. Onderzoekers doen dierproeven om ervan te leren. Er zijn vier soorten dierproeven: medisch onderzoek,

  • Giftigheidsonderzoek
  • Onderwijsonderzoek
  • wetenschappelijkonderzoek

Medisch onderzoek

De meeste proefdieren worden voor medisch onderzoek gebruikt. Dit is onderzoek naar:

  • Medicijnen en behandelmethoden voor ziekten.
  • De oorsprong van het verloop van ziekten
  • Het voorkomen van ziekten door het ontwikkelen en maken van vaccins
  • Het herkennen en opsporen van ziekten.

Het gaat hier om het genezen bij mensen en dieren. Waaronder de dieren in de bio- industrie. Maar verreweg de meeste medische proeven worden voor het welzijn van mensen gedaan.

Giftigheidonderzoek

Jaarlijks worden veel dierproeven gedaan om de giftigheid van stoffen te bepalen. Het gaat om stoffen die door mensen zijn gemaakt en die gebruikt worden in het huishouden (schoonmaakmiddelen), eten (geur- kleur- en smaakstoffen), voor de landbouw (bestrijdingsmiddelen) en andere stoffen waarmee de mens in aanraking kan komen. Door de inzet van de vereniging AVS Proefdiervrij is het nu in Nederland verboden dierproeven voor cosmetica te doen.

In het onderzoek naar de giftigheid van stoffen krijgen dieren de stoffen ingevoerd, ingespoten of op de huid of in ogen gesmeerd. Vervolgens kijken onderzoekers of de dieren schade ondervinden van de stoffen en hoe lang dat duurt. Hierdoor kunnen onderzoekers bijvoorbeeld berekenen hoeveel van de stof mensen mogen eten. Deze proeven worden vaak door wetten voorgeschreven. Deze wetten moeten de mensen beschermen. De laatste jaren zijn er gelukkig minder giftigheidproeven gedaan. Dit komt omdat er veel alternatieven voor deze proeven ontwikkeld worden.

Onderwijs

Studenten gebruiken gezonde levende dieren om te leren hoe het menselijk en dierlijk lichaam er van binnen uitziet, of hoe dieren zich gedragen. Ook studenten die later in hun beroep niet met dieren gaan werken. Studenten leren hoe ze moeten snijden, hechten en anders en andere vaardigheden. De vereniging AVS Proefdiervrij verzet zich tegen proeven in het onderwijs omdat hiervoor goede alternatieven bestaan en omdat studenten er leren dat je proefdieren mag gebruiken voor wetenschappelijke doelen. De AVS Proefdiervrij vindt dit een verkeerde opvatting over wetenschap. De vereniging vindt dat elke wetenschapper moet leren dat proefdieren niet zomaar gebruikt mogen worden in onderzoek.

Door het werk van AVS Proefdiervrij heeft elke student het recht gekregen om opgrond van zijn/haar geweten bezwaar te maken tegen de dierproeven en een alternatief programma te volgen. Hoewel er geen officiële cijfers van zijn, wordt geschat dat per jaar 2% van de studenten een alternatief programma volgt.

Wetenschappelijk onderzoek

Proefdieren worden voor allerlei onderzoeken gebruikt. Bijvoorbeeld onderzoek voor de ruimtevaart, verkeersongelukken of onderzoek van de hersenen van de dieren. Niet altijd is duidelijk welk nut het onderzoek

  • heeft voor het genezen van mensen. Vaak doen
  • onderzoekers proeven omdat ze nieuwsgierig zijn en
  • omdat het misschien in de toekomst belangrijk kan worden. In de tabel hiernaast staat hoeveel dieren voor
  • bepaalde onderzoeken gebruikt word.

 

Alternatieven voor dierproeven

AVS Proefdieren wil dierproeven de wereld uit hebben. Eén van de manieren om dat te bereiken is door dierproeven te vervangen door alternatieven. Dat zijn onderzoeksmethoden waarbij minder of geen dieren meer worden gebruikt. Onder andere door de kunst van alternatieven, is het aantal proefdieren in Nederland sinds ’81 gehalveerd. Inmiddels bestaan er al duizenden alternatieven en het worden er elk jaar meer.

Er zijn twee soorten alternatieven. Namelijk: alternatieven voor wetenschappelijk onderzoek en alternatieven voor standaard diertesten. In het wetenschappelijk onderzoek worden de meeste alternatieven ontwikkeld en gebruikt. Maar toch vervangen deze alternatieven maar weinig dierproeven. Elk onderzoek is nl. bijna uniek en daar zijn speciale alternatieven voor nodig. Die kunnen dan weer niet voor een ander onderzoek gebruikt worden. Standaard diertesten worden over de hele wereld uitgevoerd. Een alternatief voor zo’n test spaart al gauw honderdduizend dierenlevens per jaar. Het gaat hierbij om dierproeven om de veiligheid van stoffen te testen. Voorbeelden van deze dierproeven zijn huid- en oogirritatie testen, de LD 50 testen en testen om te kijken of stoffen kanker veroorzaken. Vaak zijn het verplichte dierproeven die in allerlei wetten worden voorgeschreven. Dus ook al bestaan er alternatieven voor de standaard diertesten, dan nog verplicht de wet de bedrijven soms om dierproeven te gebruiken. Die wetgeving moet dus zo snel mogelijk worden aangepast.

Voordat een alternatief gebruikt kan worden, willen onderzoekers weten of de alternatieve testen betrouwbaar zijn. Hiervoor zijn drie dingen belangrijk:

  • De test moet te herhalen zijn en telkens dezelfde resultaten opleveren
  • als de test in een ander laboratorium, door andere mensen gedaan wordt, moet het dezelfde resultaten geven
  • de resultaten moeten gelijk zijn met wat in mensen en dieren gevonden wordt. Dus ze moeten de waarheid vertellen over wat zich afspeelt in het lichaam van mens en/of dier.

Dit onderzoek naar betrouwbaarheid van de alternatieven wordt validatie genoemd. Pas als een alternatieve test is gevalideerd, kan deze in de wet worden opgenomen. In Nederland is het verplicht om een gevalideerd alternatief te gebruiken. De dierproef mag dan niet meer worden gebruikt.

Wat zijn alternatieven voor dierproeven?

Cel- en weefselkweken.

Het gaat hierbij om losse cellen, stukjes weefsel of delen van een orgaan die in leven worden gehouden buiten het lichaam. Hiervoor worden bijvoorbeeld stukjes huid gebruikt die bij een operatie zijn over gebleven. Het voordeel voor onderzoekers om met deze techniek te werken is, dat ze hun onderzoek met cellen en weefsel van mensen kunnen doen. Wat bij dieren op een bepaalde manier werkt, kan bij mensen weer anders gaan. In deze cel- en weefselkweken kan bijvoorbeeld worden bestudeerd hoe cellen zich delen, e.d. Ook effecten van stoffen op deze processen kunnen worden vervolgd.

Bijvoorbeeld, een onderzoekster in Nederland is erin geslaagd huid te laten groeien uit huidcellen van een mens. Deze stukjes huid worden gebruikt voor huidirritatietesten. Op deze stukjes huid kun je zien of stoffen schadelijk zijn voor de huidcellen. Nu nog worden bijvoorbeeld schoonmaakmiddelen op de kaalgeschoren huid van cavia’s gesmeerd om te kijken of en na welke tijd deze stof irritaties of ontstekingen veroorzaakt.

 

De wet

Iedereen die dierproeven doet in Nederland, moet zich houden aan de Wet op de Dierproeven. Niemand mag zomaar een dier voor een proef gebruiken. Daarvoor heb je een speciale vergunning nodig van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Voordat je zo’n vergunning krijgt moet je aan verschillende voorwaarden voldoen. De proef moet bijvoorbeeld belangrijk zijn en door deskundigen worden gedaan. Alle voorwaarden staan in de Wet op de proefdieren.

Wat is een dierproef

Volgens de wet is en dierproef: alle handelingen aan levende gewervelde dieren voor een nader bepaald doel, waarbij het risico bestaat dat de dieren hiervan ongerief worden.

De doelen waarvoor volgens de Wet dierproeven kunnen worden gedaan zijn: wetenschappelijk onderzoek, medisch onderzoek, giftigheidonderzoek, onderwijs en de productie, controle of ijking van biologisch materiaal.

Een laboratorium of bedrijf dat een vergunning aanvraagt om dierproeven te mogen doen, moet een proefdierdeskundige in dienst hebben. Een proefdierdeskundige heeft geleerd om met proefdieren om te gaan. De proefdierdeskundige zorgt ervoor dat de proefdieren voor, tijdens en na de proeven goed worden verzorgd.

 

Dierproeven voor cosmetica

Al heel lang verzet de vereniging AVS Proefdiervrij zich tegen dierproeven voor cosmetica. Lippenstift, oogschaduw, maar ook badschuim, tandpasta, shampoo en deodorant worden getest op veiligheid. Wereldwijd zijn jaarlijks meer dan 200.000 dieren hiervan het slachtoffer. Terwijl het anders kan. Er bestaan andere methoden om stoffen te testen die even veilig zijn, maar waarvoor geen dieren hoeven te lijden.
In 1991 startte de vereniging de campagne

Proefkonijnen tegen dierproeven voor cosmetica. En met succes. Sinds kort (ferbr.’97) is het in Nederland verboden dierproeven te doen voor het maken van cosmetica. Maar veel cosmetica komt uit het buitenland, waar nog volop dierproeven worden gedaan. Dus liggen ook hier de winkels nog steeds vol (buitenlandse) cosmetica waarvoor dierproeven worden gedaan.

Samen met Europese zusterorganisatie werkt AVS Proefdiervrij hard aan de komst van een Europees verbod. In de laatste wijziging van de Europese Richtlijn voor cosmetica (1994) heeft de Europese Commissie vastgelegd dat er extra aandacht en geld komt voor het vervangen van de dierproeven voor cosmetica. Al tweemaal is een grote Europese handtekeningenactie gehouden. In 1991 tekenden meer dan 2,5 miljoen mensen voor een verbod op dierproeven voor cosmetica. Eind ’96 konden we zelfs ruim 4 miljoen handtekeningen aan de Europese Commissie aanbieden. In het jaar 2000 beslist de Europese Commissie of een verbod voor dierproeven voor cosmetica van kracht wordt.

 

Dierproeven voor medicijnen

In 1998 werden bijna 144.000 dieren gebruikt voor het maken van medicijnen. Dit is minder dan een kwart van het totaal aantal dierproeven. In de afgelopen jaren is het aantal dierproeven voor het maken van medicijnen afgenomen.

Voor een medicijn bij de apotheker verkocht mag worden is er een lange weg afgelegd. Het ontwikkelen van een nieuw medicijn duurt ongeveer 10 tot 12jaar. Allereerst wordt een grote hoeveelheid stoffen onderzocht op bruikbare eigenschappen voor een medische toepassing Het gaat hierbij vaak om vele tienduizenden stoffen. Dit kunnen stoffen zijn die tegen hoofdpijn werken, maar bijvoorbeeld ook stoffen die huidschimmels bestrijden. Na de lange periode van onderzoek valt 99% van deze stoffen af. Er blijven maar een of twee stoffen over die echt gebruikt worden in een medicijn.

In het tabel hiernaast staan de verschillende fases van het onderzoek. De dierproeven komen vooral voor bij onderzoek naar de werking van de chemische stoffen op organismen en het giftigheidsonderzoek. In de slotfase van het onderzoek worden mensen gebruikt. Dit zijn in eerste instantie gezonde vrijwilligers en daarna patiënten waarvoor. Het medicijn bedoeld is. In de slot fase worden veel proefmedicijnen afgekeurd. Ruim 60% van de medicijnen die bij mensen wordt getest valt af.

 

Dierproeven in het onderwijs

In 1998 werden op de Nederlandse scholen in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs en de universiteiten bijna 9000 proefdieren gebruikt. Het gebruik van proefdieren in het onderwijs is traditie. Al eeuwenlang leren studenten het menselijk en dierlijk lichaam en dierlijk lichaam kennen door proefdieren open te snijden en te ontleden. Ondanks nieuwe technieken zoals video’s, computerprogramma’s en plastic modellen is hierin weinig verandering in gekomen, tot nu toe.

Ook de leraren weten dat studenten evengoed op een proefdiervrije wijze kunnen leren hoe organen er uit zien, waar deze precies in het lichaam zitten of om operatie ervaring op te doen. Daarvoor hoeven ze geen dier open te snijden tijdens snij-practica. Toch gebeurt het nog steeds, omdat de studenten zo dierproeven leren accepteren. Door eerst een worm open te snijden, daarna een kikker en later een muis of cavia leren ze hun afschuw van dierproeven langzaam overwinnen. Ze leren dat het in principe ethisch aanvaarbaar is om dieren te gebruiken voor menselijke doeleinden. De AVS Proefdiervrij vindt dat ze juist zouden moeten leren dat dit onaanvaardbaar is. Ze zouden les moeten krijgen in alternatievenonderzoek.

Er bestaan vele uitstekende alternatieven voor snij- practica. In de Wet op de dierproeven staat dat een dierproef verboden is als daar een alternatief voor bestaat. De AVS Proefdiervrij eist dan ook dat de snij- practica in het onderwijs zo snel mogelijk verboden worden. Met proefdiervrij onderwijs leert een nieuwe generatie wetenschappers heel kritisch naar dierproeven te kijken.

Einde