brievencontactdaltondownloadshuiswerknieuwsbrief

NijntjeProceonrondleidingschoolgidsschoolkrantthuispaginawerkstukken

     
 

De panda

Panda’s zie je bijna elke dag. Overal kom je deze zwart-witte beren tegen in speelgoedwinkels op stickers en op handdoeken en op koffiemokken .Maar naar echte reuzenpanda’s moet je lang zoeken.Een paar dierentuinen in de wereld hebben panda’s in hun verzameling. In het wild krijg je ze nauwelijks te zien. Ze zijn uiterst zeldzame, ze zijn schuw en wonen in dichtbegroeide bossen. We weten nog lang niet alles van de panda

Groot en klein

De panda word ook wel de bamboebeer genoemd. Geen vreemde naam als je bedenkt dat hij in bamboebossen leeft en dat hij weinig anders eet van deze planten. De officiële naam van de panda is de reuzenpanda. Die naam klinkt wel raar. De panda is met een schouder hoogte van een sint-bernardshond niet echt klein zeker geen reus dat is die wel vergeleken de kleine panda. Dit diertje is iets groter dan een wasbeer en word ook wel katbeer genoemd. Omdat dit roodbruine beestje eerder bekend was als ’de panda’ kreeg het zwart-witte de naam de reuze panda. De reuzenpanda eet bijna alleen maar bamboe maar daarvan eet hij wel erg veel: tot wel veertig kilo per dag.

Reuzenpanda-feiten

Maximum gewicht 125 kilo

Geboorte gewicht 100-200 gram

Maximum lengte (kop – kont) 1.90 meter

Staart:10-15 cm

Maximum leeftijd in het wild 20 jaar

Maximum leeftijd in dierentuin 30 jaar

Aantal in het wild 1000

De ontdekking

Je kunt het moeilijk voorstellen maar de reuze panda is in het westen nauwelijks 100 jaar bekend. De franse pater david in zag in 1869 als eerste westerling een panda huid onder ogen. Daarvoor had nog niemand buiten Azië van dit dier gehoord. In China kom je allerlei dieren tegen maar geen reuzenpanda’s wandkleding en tekeningen staan vol met tijgers kraan vogels. Schildpadden en herten en andere dieren panda’s pas halverwege de twintigste eeuw in allerlei kunst werken.

Beer of geen beer

Panda’s lijken veel op beren. De kleine panda lijkt meer op een wasbeer. Die geen lid is van de beren familie vroeger bleek het niet zo duidelijk te zijn waar in het dierenrijk de panda tuis hoort.

Eerst plaatsten de biologen de panda in de wasberen familie en dan weer maakten ze van de kleine panda en de reuzenpanda een eigen familie maar de laatste jaren zijn de biologen het er over eens dat de reuzen panda bij de beren familie hoort en de kleine panda bij de wasberen.

Opvallend dier

Het meest opvallende van de panda is zijn zwart-witte vacht. Anders dan bij een koe daar zit het zwarte en het witte altijd op de zelfde plek. De kop is wit met grote zwarte vlekken bij zijn

ogen, zwarte oren en zwarte neus. Het lijf is wit met een zwarte band over zijn schouders die doorloopt tot aan zijn poten. De vacht is erg dicht dus hij kan goed tegen de kou. Zelfs onder zijn voeten loopt zijn vacht door.Dat is warm en heeft een beter houvast op gladde berghellingen. Heel speciaal zijn de voorpoten van de panda. Daar zit een extra vinger.

Zoals bij alle beren steken er vijf vingers naar voren. De panda heeft daarbij een polsbotje met een uitsteeksel gebruikt hij een het als een soort duim waar mee hij bamboe goed kan vast houden.

Een sterk gebit

De panda hoort officieel bij de roof dieren. Maar als je in zijn bek kijkt is dat niet goed te zien. De hoektanden hebben nog wel iets roodachtigs, maar de kiezen helemaal niet. Die zijn brede, platte bobbelig in de plaats van smal en puntig. Het gebit van de panda is gemaakt om vlees te knippen, maar ook om planten kapot te bijten. De panda heeft daarom hele erge sterke kauwspieren. Aan zijn brede kop kan je dat zien.

Tanden en ingewanden

Panda’s hebben een sterk gebit. Dat hebben ze niet voor niks. Want ze leven van taaie kost. Ze eten niks anders dan bamboe; bamboe bladeren, jonge bamboescheuten, maar ook bamboe stengels. De ingewanden zijn minder goed berekend op het bamboe dieet. Plantaardig materiaal

Kan niet snel worden verteerd. Vooral als er veel hout in het bamboe zit. De panda eet en poept dan heel veel. Hij eet dan soms wel 14 uur per dag dan werkt die wel 40 kilo bamboe naar binnen. Daarbij kan de panda wel 100 drollen per dag leggen. En dat is handig vooronderzoekers want die gebruiken de drollen om panda’s te tellen aan een drol kunnen ze zelfs zijn welke panda hij is.

Dichte bossen

Panda’s houden van twee dingen:van bamboe en van rust. In de dichte bamboe bossen. In de bergen van Zuid-West China vinden ze dat allebei. Vroeger werden dat soort bossen bedekt. De panda kwam toen in een veel groter ander gebied voor, zelfs nog in een deel van Birma een land ten zuiden van China en het noorden van Vietnam. Nu zijn er nog maar een paar bossen over waar de panda in leeft. Bij elkaar een oppervlakte van 13.000km2 nog geen derde deel van Nederland.

Kieskeurig

Als je een foto van een bamboe bos ziet, zou je denken dat de panda nooit zonder voedsel zit. Zo simpel is het niet. Er bestaan honderden verschillende soorten bamboe. De panda heeft een duidelijke voorkeur voor tien daarvan. Het liefst eet hij de delen waar veel voedingsstoffen in zitten, en die niet te hard zijn, zoals jonge blaadjes en stengels of bamboescheuten. In vrijwel alle leefgebieden groeien op dit moment nog twee of meer soorten bamboe. Dat is belangrijk omdat elke bamboesoort eens in de dertig tot honderd twintig jaar afsterft. Panda’s moeten dan makkelijk op een andere soort kunnen overgaan. Soms moeten ze daar wel voor verhuizen naar een ander stuk van het bos. Tegenwoordig wordt dit steeds moeilijker.

Nieuw bos, nieuw bloed

Vroeger was verhuizen voor een panda geen probleem. Ook in de dalen groeide dicht woud, waardoor de panda ongestoord naar een ander bergwoud kon trekken. Maar juist in deze gebieden is heel veel bos gekapt. Overal zijn akkers en dorpen. De reservaten waarin de panda leeft, liggen als losse eilandjes van elkaar gescheiden, en het bos dat er tussen ligt wordt steeds meer bedreigt. Bijvoorbeeld door de bouw van wegen, mijnen, dammen, en andere economische ontwikkelingen. De pandas die buiten de reservaten leven krijgen zo steeds minder ruimte. Ook wordt het steeds moeilijker om van het ene bos naar het andere bos te trekken. En dat is wel nodig. Bijvoorbeeld om te paren met panda’s die geen familie zijn, waardor de kans op jongen groter is. Of om voldoende voedsel te vinden.

Vijanden

In de natuur heeft de panda weinig vijanden. Luipaarden en jakhalzen zouden een panda kunnen aanvallen, maar laten die liever uit hun hoofd. Een panda heeft een krachtig stel kaken; gemaakt om bamboe te kraken, maar ook geschikt om de poot van een luipaard te verbrijzelen. Als het moet zal een pandamoeder haar jongen fel verdedigen. Maar tegen mensen kan de panda zich moeilijk verweren. Nog steeds zijn er mensen die heel veel geld over hebben voor een pandahuid. Vaker komt het voor dat de panda per ongeluk wordt gevangen. Stropers zetten vallen in de bossen waar een panda leeft. Daarmee willen ze bijvoorbeeld herten of beren vangen, maar ook andere dieren kunnen gevangen worden door deze vallen, waaronder de panda.

Beschermde gebieden

In 1963 heeft de Chinese regering speciaal voor de reuze panda reservaten ingesteld. Begin de jaren zestig van de vorige eeuw stelde China de vier panda reservaten in. Ook werd in die tijd de jacht op pandas verboden. Tussen 1970 en 1980 werden de reservaten uitgebreid naar ongeveer dertien. Met hulp van het Wereld Natuur Fonds is dit allemaal vanaf 1980 gegroeid naar 33. Deze natuurgebieden moeten goed worden bewaakt. Daarom worden er parkwachters opgeleid die moeten letten op dat er geen stropers aan het werk zijn. Ook moeten zij er voor zorgen dat mensen geen bomen in de reservaten kappen voor het hout of om nieuwe akkers aan te leggen.

Weet wie je beschermt

Je kunt dieren pas goed beschermen als je meer van ze weet: hoe ze leven, en hoe ze zich voorplanten, hoeveel het er zijn.daarom word er ook onderzoek gedaan naar de panda. Dat heeft ons heel veel geleerd. Bijvoorbeeld dat de panda,s zich heel goed kunnen voortplanten.

Als ze maar niet te veel in een beschermd de bos komen te zitten. Maar ook dat de pandamoeders heel goed voor hun jongen zorgen. Pandamoeders laten hun jongen wel eens een paar dagen achter om zelf te gaan eten. Vroeger dacht men dat de moeders hun in de steek lieten. Het pandajong werd dan gered door de mensen en ze werden ondergebracht in een fokcentrum en in de dierentuin. Een onderzoek heeft laten zien dat het helemaal niet nodig is. Naast onderzoek naar het gedrag van de panda wordt ook gekeken hoeveel pandas er nog zijn.’In zijn moeilijke begaanbare en dichtbegroeide leefgebied valt dat niet meer mee. Zo valt het niet altijd mee. Zo duurt het soms wel 3 jaar om alle panda’s te tellen de laatste telling is begonnen in 1999 en was in 2002 afgelopen.

Rust,veiligheid en ruimte

Het wereld natuurvons werd in 1980 als eerste buitenlandse natuurbeschermingsorganisatie actief in China. Sindsdien is het samen met het Chinese overheid veel onderzoek gedaan. Ook is er een plan opgesteld voor de panda’s te beschermen, in 1998 werd er zelfs een houtkapverbod ingesteld in en rond het pandareservaten om vederen bamboebossen te voorkomen. Maar dat is niet voldoende. De reservaten moeten goed in de gaten gehouden geworden en daarvoor zijn getrainde mensen nodig. Het wereld natuur fonds helpen mensen daar voor op te leiden. Ook wordt er naar lokale bevolking gezocht en naar bedrijven

Gezocht naar pandavriendelijke manieren om de inkomt van houtkap te vervangen. Zo als bijvoorbeeld bosherstel of verantwoordelijk toerisme.

Het wereld natuur fonds geeft ook technische en financiële ondersteuning.

En ze werken aan verbindingswegen tussen de reservaten. Geen wegen van asfalt maar van grote stroken met bos.