hoe hij eruit ziet familie waar komt de papegaaiduiker voor hoe ze eten voortplanting vijanden Inleiding De plompe, duifgrote papegaaiduiker heeft zijn naam te danken aan de mooie hoge snavel. Die in de broedtijd bontgekleurd is.Hij is familie van de pinguïn en heeft hetzelfde zwart-witte verenpak. De papegaaiduiker woont vaak op de broedkolonies op de vogelrotsen in het Noord-Atlantische gebied. Het aantal fossielen van de papegaaiduiker is heel weinig daarom kunnen ze de vogel niet goed terug brengen in de tijd. Ze zijn er wel achter gekomen dat de papegaaiduiker familie is van de Alken. De Alcidae en andere vogelfamilies zouden gezamenlijke voorouders hebben gehad die veel op een meeuw moet hebben geleken. Dit moet ongeveer 100 tot 60 miljoen jaar voor onze jaartelling zijn geweest Zijn anatomische kenmerken (hoe hij inelkaar zit) geven aan dat hij kon vliegen en op zee kon zwemmen. Van hieruit zijn er verschillende zeevogels meest met zwempoten ontstaan. Doordat ze hun leefwijze aan verschillende landschappen aanpaste ontstonden er verschillende vogels. Hierdoor is het verschil van de alkachtigen en de meeuwen heel erg klein. De alkachtigen hebben zich zo goed ontwikkeld, ze kunnen dan ook goed op de zeeoppervlak zwemmen door hun aangepaste vleugels en poten. De poten hebben zwemvliezen die onderwater heel handig zijn. Als de wetenschappers nu kijken naar de alcidae dan verwachten ze dat als ze nog miljoenen jaren zouden leven, ze net als de pinguïn niet meer kunnen vliegen. Hun vleugels zouden veranderen in zwempoten. Dit weten ze door de ontwikkeling van de reuzenalk. Jammer dat deze vogel die 5kg woog en niet kon vliegen niet meer leeft. Hij werd om zijn vlees door de zeelieden gevangen en opgegeten. De laatste vogel werd in 1844 gedood
Hoe ziet een Papegaaiduiker er uitDeze stevig gebouwde vogels hebben korte vleugels, staart en poten. De voeten hebben zwemvliezen. De hals is kort en de snavel is bij de ene vogel kort en stevig en bij de ander lang en slank. Het verenkleed is zwart, bruin of grijs van boven, wit van onderen bij de meeste soorten. Sommige hebben een kuif en anderen hebben helder gekleurde snavels en voeten. Algemeen overzicht Naam: Fratercula arctica Ogen In het voorjaar heeft de geslachtsrijpe papegaaiduiker donker gekleurde, verharde uitgroeisels, waarvan er zich een boven en een onder het oog bevindt. Het oog is rood omrand en heeft een derde ooglid, het knipvlies (die doorzichtig is) opent en sluit van achter naar voren. (dus bij de mens gezien van oor naar neus) Het vlies beschermd het oog tijdens het duiken. Snavel Tussen eind februari en eind mei, veranderd de snavel van vorm en kleur.Hij wordt groter, doordat hij met een gehoornd, kleurig omhulsel wordt bedekt. Dit komt door de groei van de cellen van de snavel. Hierdoor wordt de snavel groter en bonter. Tussen eind juli en september valt alles weer af en is de snavel in de winter periode heeft de snavel minder kleur en is hij kleiner. Poten De papegaaiduiker heeft drie tenen, die door zwemvliezen met elkaar zijn verbonden.Ze eindigen in korte en gebogen sterke nagels. De nagels gebruiken ze om te graven. In de lucht helpen de zwemvliezen de staart zodat de vogel meer weerstand heeft. Bij het afremmen spreidt de vogel zijn poten uit om weerstand te bieden aan de lucht. Onder water gebruiken de vogels hun poten om te sturen en hun vleugels om vooruit te komen. Winterrui De papegaaiduikers ruien tijden de overwintering, wanneer ze hoopvolle zee zijn. Deze gedeeltelijke rui, die de vleugel- en staartpennen aangaat gebeurd tussen oktober en april, normaal in januari of februari. De slagpennen vallen allemaal tegelijk uit zodat hij een paar weken niet kan vliegen.Daarna krijgen ze hun broedkleed en de kleuren van de poten en snavel worden veel levendiger en vanaf eind mei keren de kolonies voor de paar zomermaanden weer terug naar hun rotseilanden of kustrotsen.
De familie van de papegaaiduiker .De papegaaiduiker is in de orde van de Charadriiformes ondergebracht, tezamen met de vogels die er totaal anders uitzien, zoals de steltloper (wulpen, snippen, kieviten) en met andere zwemvogels als jagers, meeuwen en sternen. De familie Alkachtigen (Alcidae) telt 22 soorten, waarvan een twaalftal soorten alken het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan bewoont. De alkachtigen zijn middelgrote tot kleine vogels van het noordelijke halfrond, met een eenvoudig, vaak zwart met wit verenkleed, dat afhankelijk van het seizoen veranderlijk is. Het zijn uitstekende duikers, die zich met vis of plankton voeden. De meeste broeden in kolonies en zijn sociaal. Enkele papegaaiduikers en alken
Neushoornpapagaaiduiker
Gekuifde papegaaiduiker
Zwartkopalk
Neushoornpapagaaiduiker In de winter verliest deze papegaaiduiker niet al zijn witte koppluimen, maar ook de hoorn op zijn neus.Deze soort komt het meest voor en nestelt langs de Noord-Amerikanen kust van Alaska tot Washington. Hij nestelt in holen op beboste eilanden. Het is bekend dat hij gangen graaft van wel 6,5 meter. Zowel het mannetje als het vrouwtje broeden het enige ei uit. Zwartkopalk De Zwartkopalk broed van Alaska tot Washington en nestelt meestal op rotsige eilanden Hij graaft geen lange gangen maar stopt zijn twee eieren in een spleet of onder een houtblok. Ze nestelen in kolonies en de eieren komen allemaal zo’n beetje gelijk uit dus zijn de jongen ook gelijk groot genoeg om het nest te verlaten. De ouders gaan met zijn allen naar de rand van het water en roepen de kinderen om te komen. De jongen komen door het struikgewas naar de rand van de rotsen en storten zich naar benden om bij hun ouders te zijn. Gekuifdepapagaaiduiker De goudkleurige kuifjes en de gouden streep op de snavel geeft niet alleen zijn naam aan maar hebben ook een functie bij de balts en zij herkennen elkaar, zodat er ze niet met een verkeerde vogels gaan paren. Zij broeden op grasvlakten en graven tunnels van 2 meter diep. Aan het einde van de gang is een holte waar een ei wordt gelegd. Het jong blijft daar tot hij veren heeft en gaat dan naar zee om voor zich zelf te zorgen. Ook dan leert hij pas vliegen. Kleine greep uit de Alken zijn :
Zwarte zeekoet Waar komt de papegaaiduiker voor De papegaaiduiker is een gezellige vogel, die het hele jaar door in groepen vliegen en vissen. Hun leven in groepsverband is het duidelijkst in de broedtijd, maar is ook een mooi gezicht als de hele kolonie tegelijk de rots verlaat en de zee opzoekt om er te overwinteren. Het moment van vertrek is niet voor alle kolonies gelijk. De zuidelijkste broedplaatsen worden het eerst verlaten, vanaf augustus de noordelijkste niet eerde dan in de eerste helft van september. Over het leven van de papegaaiduikers op zee, hun overwinteringgebied is nog weinig bekend. De gewoonte van de soort om op open zee te overwinterenen het geringe aantal dat terugkomt verklaren het gebrek aan informatie. Er moeten bijna 200 papegaaiduikers geringd worden om een terugmelding te kunnen verwachten. Wel is bekend dat de noordelijk vogels, die van het noordwesten van Groenland tot het noordnevan Nova-Zembla, in de buurt van Groenland en in Noorwegen, ten zuiden van de grens van het pakijs, overwinteren. De papegaaiduikers van IJsland Noorwegen, het noordoosten van Noord-Amerika enhet zuidwesten van Groenland overschrijden bijna nooit de 45ste breedtegraad, waarbij de vogels van Canada, Groenland en zelfs IJsland graag de wateren rond Newfoundland opzoeken, terwijl die vam Noorwegen in de buurt van IJsland blijven of de Atlantische Oceaan optrekken.Van de papegaaiduikers van Groot-Brittannië, Ierland en Frankrijk blijven sommige in de Noordzee, terwijl andere ver naar het zuiden trekken en de 30ste breedtegraad bereiken, ter hoogte van de Marokkaanse kust, Ze verspreiden zich dan over de Atlantische Oceaan tot aan Medeira of dringen het westelijk deel van de Middellandse Zee binnen tot aan Sicilië. De papegaaiduiker bewoond het Noordelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Noordelijke IJszee van de Canadese kust tot Nova-Zembla.
In de voortplantingstijd wordt er Zuidwaarts tot in Bretagne gebroed. Of de papegaaiduiker nu op het land voor nageslacht zorgt of zich op volle zee bevindt, zijn aanwezigheid wordt bepaald door het voldoende mate aanwezig zijn van vissen en hun grote ervan. Zeestromingen, watertemperatuur en de rijkdom aan plankton spelen dus een rol bij waar de papegaaiduiker zich zal bevinden. De zee is zijn domein Zoals alle alkachtigen leeft de papegaaiduiker op twee heel verschillende plaatsen. Maar hij kan niet bijten een van die twee plaatsen de een is de zee de ander de rotskust. Het grootste deel van de tijd wordt op zee doorgebracht. Het volwassen dier verblijft er 7 maanden per jaar, zonder ooit De vaste wal op te zoeken. Gedurende de 5 andere maanden brengt Hij nog het grootste deel van zijn tijd op de oceaan door, is het niet om te rusten of het vangen van voedsel voor zichzelf of voor zijn jong. De papegaaiduiker is zo afhankelijk van het zeemilieu, dat bijna nooit in het binnen land wordt gezien. Deze vogels zijn dan door slecht weer verdwaald. Dit gebeurd nog wel eens in de herfst als er zware stormen opkomen. Deze vogels gaan dan meestal dood, omdat ze verhongeren en in de war zijn van hun avontuur. Duiken Onderwater beweegt de papegaaiduiker zich voort door harde slagen te maken met zijn korte rechte vleugels. Deze vleugels hebben stijve slagpennen en hebben de juiste vorm om deze harde beweging te kunnen maken. Als de papegaaiduiker onderwater zwemt kan hij wel een snelheid bereiken van 20 km per uur. Hoewel de poten zwemvliezen hebben worden ze niet gebruikt om vooruit te komen maar om te sturen. Doordat de veren tegen het lichaam wordt gedrukt, is de stroomlijn van de vogel heel goed.
Het eten van de papegaaiduiker. De papegaaiduiker eet op de eerste plaats visjes. Deze vangt hij vlak onder het wateroppervlak of op een klein diepte. De vogel kan zich onder water verplaatsen en kan dan een meter of vijftig verplaatsen. Hij kan 5 – 10 sec. onder water blijven en dan haalt hij geen adem. In een duik vangt hij een aantal visjes. Schaaldieren worden op diepere punten gevangen, maar hij zal nooit dieper duiken dan 15 meter. Men weet niet goed wat de volwassen vogels in de broedtijd eten en in de wintertijd weet men al helemaal niet wat ze eten. Ze denken dat de vogels in de winter meer schaaldieren eten dan in de zomer. De vissen die ze eten, zijn vissen die heel veel voorkomen zoals: smelt, haring, sprot, dwergbol;, makreel, wijting koolvis, pollak, kabeljauw en schelvis. De vissen die minder voorkomen maar toch worden gegeten zijn de zeestekelbaars en de kleine pieterman. Verder eten ze schaaldieren zoals garnalen, wormen en malusken. Het voedsel van de jongen is meestal smelt, sprot en wijting.
Kleine prooi Een papegaaiduiker vangt niet levensgrote vissen omdat een grote vogel grotere vissen zal vangen dan een kleine vogel. Hij kan dus alleen maar kleinere vissen dan hijzelf eten omdat hij ze op moet schrokken. Wijting is 3-4 cm, smelt is 4-12 cm en sprotten zijn 4-7 cm. De grootste prooi die de onderzoekers hebben gevonden was een smelt van 20,7 cm. De vogels letten niet op de lengte van de vis maar op de dikte. Ze kunnen een vis van maximaal 2,3 cm inslikken. Als de papegaaiduiker zijn jongen grootbrengt dan voert hij zijn jongen met kleine visjes die hij met 5 tot 10 stuks tegelijk in zijn snavel houd.De visjes liggen dan dwars in zijn bek.Als de visjes heel klein zijn kunnen het er veel meer zijn. Men heeft weleens in een snavel 61 visjes geteld.
In maart of april wordt de snavel van de papegaaiduiker groter en mooier van kleur.Ze verlaten dan hun wintergebied in de volle zee en zoeken de kust en de broedplaatsen op. Als ze daar aankomen gaan ze niet gelijk aan land, maar blijven op zee. Overdag dicht bij de kust en ’s nachts verder weg. Ze zwemmen dicht bij elkaar maar maken niet echt contact met elkaar. Ze hebben ongeveer een week nodig om aan elkaar te wennen.Ze vliegen op en vliegen rondjes boven het water en zo komen ze stapje voor stapje dichter bij het land. Als ze bij het land zijn aangekomen landen ze en gelijk stijgen ze weer op. Dan landen ze weer en blijven iets langer op de grond om daarna weer op te vliegen. Zo wennen de vogels langzaam om op de grond te blijven.. De paring De paring vindt op zee plaats. Het mannetje jaagt andere mannetjes weg bij het vrouwtje die hij leuk vind. Als ze het goed vindt laat ze haar achterlijf in het water zakken. De paring duurt kort ongeveer 5 seconden en wordt steeds herhaald. Daarna zwemmen de vogels in het water rond, slaan met hun vleugels en doen net alsof ze hun veren poetsen. Snavelhauwen tijdens balts Voordat de vogels voor altijd op het land blijven is de paring al gebeurd. Op welke manier ze bijelkaar komen weet men niet precies. Het mannetje trekt de aandacht van het vrouwtje door snelle knikkende bewegingen met de kop te maken. Soms houdt hij dit wel 10 minuten vol. Als hij dit doet maakt hij een grommend geluid. Daarna draaien de partners om elkaar heen, waarbij ze met bewegingen van de kop met de snavel langs elkaar heen wrijven of elkaar ermee slaan. Het kan gebeuren dat soms het vrouwtje haar evenwicht verliest door de klappen van de man en dat ze van de helling rolt. Als het paar zich heeft gevormd, blijven het mannetje en vrouwtje elkaar trouw. Het is niet bekend of ze ook ’s winters bij elkaar blijven. Broedplaats met zorg gekozen. Het vasteland is niet alleen onmisbaar voor de voortplanting. De broedplaatsen vorden op de rotskust ingenomen, in de buurt van rijke visgronden die het voedsel van de jongen kunnen leveren. Het is dan ook belangrijk dat het rust- en visgebied aan de zeezijde ligt. Alleen rotsgebieden zullen daar een papegaaiduiker ingenomen worden en het maakt ze niet uit hoe hoog ze zijn.De rots moet niet al te hard zijn omdat ze wel een hol willen graven.
De vijanden De enige vijanden van een papegaaiduiker zijn: de mantelmeeuw, de grote jager en de poolvos. Deze drie vijanden van de papegaaiduiker jagen meestal op jonge of zwakke, zieke papegaaiduikers. De papegaaiduikers leven in groepen van soms wel duizend en zijn dus makkelijk te vangen voor de vijanden. De mens is ook een vijand van de papegaaiduiker. De laatste jaren jagen ze bijna niet meer op de papegaaiduiker, omdat ze meestal op de papegaaiduikers gingen jagen die bij de bevolkte gebieden leefden zoals in Bretagne in Frankrijk. Daar in Bretagne leven minder papegaaiduikers dan in bijvoorbeeld IJsland en sterven de papegaaiduikers eerder uit. Maar in IJsland staat papegaaiduiker nog steeds op het menu van de restaurants. Als er in een jaar te veel mensen gaan vissen, hebben de papegaaiduikers een probleem. Want dan hebben zij te weinig vis. Jacht vrijwel gestaakt .De kustgebieden in de omgeving van de Noordpoolcirkel die het leven van de mensen daar moeilijk maakt. De oceaan geeft een aantal voedselbronnen zoals de visserij maar ook het vlees van de vogels. In de 18e en 19e eeuw zagen vooral de zeelieden de broedkolonies als grote voedselbron. De vogels waren een makkelijke vangst vooral om dat ze in de holen zaten. Een kogel was genoeg om goedkoop aan het voedsel te komen. Voor de papegaaiduiker was dit heel erg want er worden heel erg veel vogels tegelijk gedood. Gelukkig komt dat nu niet meer in deze grote hoeveelheid meer voor. Nu worden er nog wel vogels gedood in de broedperioden maar niet alleen de papegaaiduiker wordt gedood maar ook andere vogels. Helaas wonen de mensen zo afgelegen dat ze nog altijd afhankelijk zijn van de visserij en de vogels maar het is niet schadelijk voor het aantal.
|
||