brievencontactdaltondownloadshuiswerknieuwsbrief

NijntjeProceonrondleidingschoolgidsschoolkrantthuispaginawerkstukken

     
 

TREINEN

Door

WOUTER HESS

December 1999

begin van het stoomtijdperk. de werking van een stoomlocomotief. aanleg van spoorwegen. bruggen bouwen een station ontwerpen. goederentreinen. het seinhuisje. de seinen. elektrische treinen. dieselaandrijving. recordbrekers.

Begin van het stoomtijdperk.

 

De eerste bruikbare stoommachines werden door Thomas Newcomen in 1712 en James Watt in 1769 gemaakt.

Technische mensen bleven zoeken naar een methode om met stoomkracht een voertuig aan te drijven.

Het eerste voertuig was moeilijk te bedienen en veroorzaakte veel aandacht in de straten van Parijs maar de mensen hebben besloten om hem niet te nemen.

Pas in het begin van de negentiende eeuw kwamen de stoomlocomotieven,er waren veel problemen.

De locomotieven moesten krachtig genoeg zijn om een zware vracht te treken en zo weinig rook en lawaai te maken.

Ze moesten ook over gladde rails rijden,ze moesten zorgen dat de locomotief niet ging slippen.

 

De werking van een stoomlocomotief.

Het ontwerp van alle stoomlocomotieven is bijna gelijk aan de bouw van de allereerste locomotieven.

Eerst wordt er stoom gemaakt door een kolenvuur in de vuurkist,dat water in de stoomketel verhit.

De stoom wordt gebruikt om een zuiger op en neer te bewegen.

De zuiger laat de wielen draaien door een drijfstang en krukas die er aan vast zit.

Het kost de stokers in totaal ongeveer drie uur voor de locomotief genoeg stoom gemaakt heeft om te kunnen rijden.

Aanleg van spoorwegen.

De aanleg van een spoorweg kost veel meer dan men zou denken.

De kortste weg is niet altijd de beste,omdat treinen geen erg steile hellingen kunnen nemen.

Vaak moeten de treinen langere,vlakkere routes nemen.

Dijken,afgravingen,bruggen en tunnels zijn nodig om de route zo vlak mogelijk te houden.

De ontwerper bepaalt de route op de grond van de steilste helling die toelaatbaar is.

Het treintype dat op de spoorlijn zal rijden en het evenwicht tussen snelheid en belading spelen een belangrijke rol.

Om te voorkomen dat de route te lang wordt,kunnen tunnels en bruggen worden gebouwd.

De aanleg is duur maar ze leveren een veel kortere en vlakkere route op.

 

Bruggen bouwen.

Om een brug over een rivier te maken,moest wel een tijdelijk eiland van stenen in het midden worden gegooid of palen in de rivierbodem worden gedreven.

Hierna kan de bouw beginnen.

De brugdelen worden over de rivier aangevoerd en op hun plek gelegd.

Deze oude,houten boogbrug werd gebouwd op houten pijlers of schragen.

De boogbrug is gebouwd in 1848.

 

Een station ontwerpen.

De eerste spoorwegstations waren eenvoudige gebouwen,de allereerste,aan de Liverpool Road in Manchester,bestond uit een paar niet overdekte perrons waar reizigers op hun trein wachten.

Later werden ze wel overdekt,en waren er ook loketten waar je een kaartje kon kopen,wachtkamers en opslagruimte voor goederen.

De nieuwe stations moesten snel en makkelijk te bouwen zijn,er moest plezierig in gewerkt en gewacht kunnen worden.

Mensen die geld hadden gegeven voor het bouwen van spoorlijnen en treinen hoopten dat hun aandelen omhoog gingen en dat gebeurden meestal ook.

 

Goederentreinen.

De eerste treinen waren goederentreinen die ladingen kolen of andere mijnprodukten vervoerden.

In het begin bestonden deze treinen uit twee of drie simpele wagons,voortgetrokken door een paard.

Maar na de uitvinding van de stoomlocomotief konden veel langere treinen met hogere snelheden worden gebruikt,die het goederenvervoer per spoor beter maakten.

In het begin reden alle goederentreinen heel langzaam,omdat het oude remsysteem de trein in noodgevallen niet snel genoeg kon laten stoppen.

Dankzij de technische remmen kunnen ook de goederentreinen nu snelheden halen tot 100 km per uur.

 

Achterlicht.

Alle treinen hebben een rood achterlicht Om het eind van de trein aan te geven,moderne treinen hebben een knippersignaal.

 

Remwagen

De meeste goederentreinen reden met wagons die niet met remmen waren verbonden.

De trein kon alleen worden afgeremd met de rem van de locomotief en de handrem van de bijrijder op de remwagen.

De remmen waren zo zwak dat zelfs korte treinen niet sneller konden dan 50 km per uur, als mensen de snelheid onder controle wilde houden.

 

Het seinhuisje.

Het seinhuisje moet er zijn want anders komen er botsingen.

Vroeger werden botsingen voorkomen door de treinen op elkaar te laten wachten.

Mensen met vlaggen en stokken seinden aan de treinen door wanneer ze veder konden gaan.

Als een trein op een knooppunt van richting moest veranderen,werden de wissels met de hand bediend om de trein op het juiste spoor te zetten.

De uitvinding van de elektrische telegraaf in de jaren 1850 stelde de seinwachters in staat een elektrisch belsignaal langs de lijn te sturen.

 

Modern seinhuis.

Het moderne Seinhuis ziet er heel anders uit dan het oude met de hand bediende seinhuis.

 

 

 

 

 

Het moderne seinhuis bewaakt de spoorlijn over veel km bijde kanten op.

Op een groot scherm staan de plaatsen van de wissels,seinen en treinen in het gebied afgebeeld.

Drukknoppen bedienen de seinen en zetten de elektrische motoren van de wissels aan.

 

Alles veilig.

Om de wissels en seinen te bedienen voor elke trein die door zijn blok reed moest de seinwachter aan een lange hefboom treken,die met staven aan de wissels en met kabels aan de seinen waren verbonden.

 

De seinen.

Machinisten moeten onderweg op allerlei seinen letten.

Die seinen zorgen ervoor dat er geen botsingen met andere treinen komen,wat nog al in de middag gebeurd.

De eerste machinisten volgden de handsignalen van de spoorwegpolitie.

Rond 1920 begonnen ze gekleurde elektrische seinen voor dag en nacht te gebruiken.

Deze lichten waren veel sterker dan olielampen en waren beter te zien,vooral tijdens de snelle nachtritten op hoofdlijnen.

De stand van de seinen en van de wissels langs het spoor wordt automatisch doorgegeven naar het seinhuis.

 

Voorzichtig doorrijden.

Het stopsignaal staat omhoog maar het waarschuwingssein op afstand staat horizontaal.

Dit betekent dat de trein voorzichtig door mag rijden,maar de machinist erop voorberijd moet zijn dat hij bij het volgende rode sein moet stoppen.

Elektrische treinen.

Tegen het einde van de negentiende eeuw ontwikkelden ontwerpers de eerste elektrische trein en expirenteerden nog veel meer treinen.

Sommige locomotieven kregen stroom van bovenleidingen, terwijl andere gevoed werden door een derde rail van de spoorlijn.

Elektrische locomotieven hebben veel voordelen boven stoom- en dieselaandrijving.

Ze zijn sneller,stiller en makkelijker te besturen.

 

Dieselaandrijving.

Het eerste ontwerp van de dieselmotor werd in 1893 gedemonstreerd door de Duitse ontwerper Rudolph Diesel en in 1897 was zijn eerste Betrouwbare uitvoering klaar.

Diesellocomotieven worden overal ter wereld gebruikt, meestal op minder drukke lijnen waar zo min mogelijke elektrische locomotieven rijden.

Recordbrekers.

 

Engeland en de VS vochten heel lang om de snelste trein van de hele wereld te krijgen.

Na een tijd kwam er iemand die de treinen controleert maar ze waren niet stevig genoeg om er een personen trein van te maken.